Hover over een deel van de hersen en dan zie je meer informatie
Hier een afbeelding met alle informatie zodat je het kan uitprinten.
Dit deel helpt je normaal met logisch denken en plannen maken. Tijdens gewone dromen staat dit gebied uit. Daarom accepteer je rare dingen in dromen zonder vragen te stellen – je vriend verandert in een dinosaurus en je vindt het normaal. Bij lucide dromen wordt dit deel weer actief. Dan realiseer je je: “hé, dit is een droom!” en kun je bewust je droom sturen.
Dit stukje van de prefrontale cortex helpt je bepalen wat echt is. In normale dromen ligt het stil, waardoor je niet doorhebt dat je droomt. Bij lucide dromers springt dit deel aan tijdens de droom: je kunt dan ineens denken “wacht, ik kan normaal niet vliegen… dit moet een droom zijn”.
Deze strook stuurt signalen naar je spieren om te bewegen. Tijdens dromen is dit gebied nog steeds actief: als je in je droom rent, worden er echt bewegingssignalen verstuurd. Een ander deel van je brein blokkeert die signalen, zodat je niet daadwerkelijk uit bed rent.
De amygdala maakt emoties aan, vooral angst. Tijdens dromen is dit gebied heel actief, terwijl je logische brein op de achtergrond staat. Daardoor voelen dromen extreem intens: kleine dreigingen kunnen aanvoelen als levensgevaar, en blije momenten als pure euforie.
De hippocampus bewaart herinneringen en mixt ze ’s nachts door elkaar. School, vakantie en films die je hebt gezien lopen in dromen door elkaar heen. Dat maakt dromen vreemd en surrealistisch – en het verklaart ook waarom je ze vaak zo snel vergeet.
Dit kleine gebied in de hersenstam start je dromen. Ongeveer elke 90 minuten activeert de pons REM-slaap en zorgt tegelijk dat je spieren worden verlamd. Zonder de pons geen droomslaap.
De insula zorgt ervoor dat je je lichaam voelt. In dromen blijft dit gebied actief en maakt het lichaamsgevoel na: wind tijdens het vliegen, water op je huid of de klap van een val. Daardoor voelen dromen vaak lichamelijk echt, terwijl je stil in bed ligt.
Dit gebied helpt je onderscheid maken tussen jezelf en de buitenwereld. In normale dromen is het minder actief, waardoor je minder nadenkt over “ik”. Bij lucide dromen wordt het actiever en ontstaat het besef: “ik ben degene die droomt, dit is mijn droom”.
De buitenste laag van je brein waar taal, denken en bewustzijn zitten. Tijdens dromen bouwt de neocortex een complete virtuele wereld uit herinneringen en fantasie: de achterkant maakt de beelden, de zijkanten verwerken geluiden en samen vormen ze het droomverhaal.